Over Somalië PDF

Somalië ligt in een zeisvorm langs de kust van de Hoorn van Afrika. Het land is ruim vijftien keer zo groot als Nederland (637.657 km2) maar is relatief dun bevolkt met zijn 10.7 miljoen inwoners. Het klimaat is heet en arm aan neerslag, vooral in het noorden. Regen valt vooral aan de kust, de gemiddelde jaarneerslag is 280 mm. en de gemiddelde temperatuur ligt tussen de 24 en 30 graden Celsius. Een groot deel van het Somalisch landschap bestaat uit droge savannen en halfwoestijnen waardoor tweederde van het land niet geschikt is voor landbouw of intensieve veeteelt. De oorspronkelijke bevolking van dit gebied bestond dan ook grotendeels uit nomadische herders. Binnen het Somalische volk zijn er verschillen in leefstijlen, maar in vergelijking met veel andere Afrikaanse landen heeft Somalië in feite een zeer homogene bevolkingssamenstelling. Er zijn geen etnische verschillen, de bevolking deelt één taal (zij het met dialecten), één godsdienst en één cultuur.

De kuststreek was in vroeger heel welvarend. Al in de oudheid waren de kustbewoners leveranciers van mirre en wierook die handel dreven met Egypte en met het Arabisch schiereiland. Later werden ook textiel, goud en zelfs landbouwproducten uitgevoerd naar India en naar de steden langs de Afrikaanse kust ten zuiden van Somalië. In de negende eeuw bereikte de Islam Somalië en de huidige bewoners behoren grotendeels tot de soennitische Islam. In de eeuwen die daarop volgden waren er soms tijdelijk vreemde overheersers in het gebied, met name vanuit Zanzibar en Portugal. In de tweede helft van de negentiende eeuw, na de opening van het Suezkanaal, werd de geschiedenis van het Somalische volk beïnvloed doordat Europese kolonisten aanspraak maakten op het gebied waar de Somaliërs leefden. Dit gebied raakte toen willekeurig verdeeld; het noorden werd een Engels "protectoraat", het zuiden een Italiaanse kolonie, het uiterste noordwesten (het huidige Djibouti) kwam in Franse handen en andere gebieden waar Somaliërs leefden werden beschouwd als behorend tot Kenya (in het zuiden) of Ethiopië (de Ogaden, in het oosten). In juli 1960 werden het vroegere Brits- en Italiaans Somalië verenigd in de onafhankelijke Democratische Republiek Somalië.

De eerste twee decennia sinds de onafhankelijkheid leek het Somalië redelijk goed te gaan. Wel waren er zowel in 1964 als in 1977/1978 gewapende conflicten met buurland Ethiopië vanwege de Ogaden. De invloed van de koude oorlog deed zich eveneens gelden op het hele Afrikaanse continent. De Somalische autoriteit, aanvankelijk president Shermarke, daarna het militaire regime van M. Syad Barre, kreeg militaire en economische steun van de Sovjet Unie en later van de Verenigde Staten. Tijdens deze periode groeide de tegenstelling tussen de bevolkingsgroepen. De welvaart - en de wapens - raakten ongelijk verdeeld en sommige bevolkingsgroepen kregen meer toegang tot alfabetiseringsprogramma's dan andere. Zij kregen daardoor (na het invoeren van de Land Law) makkelijker toegang tot het verwerven van eigendomsrechten op land, wat de tegenstelling tussen bevolkingsgroepen verder deed toenemen. De grote droogte van 1973, een snel toenemende urbanisatie en bevolkingsaanwas droegen hier ook aan bij. Deze binnenlandse onrust kanaliseerde zich in eerste instantie in verzet tegen de heerschappij van Syad Barre.

Toen de Somalische troepen zich in 1978 zich moesten terugtrekken uit de Ogaden pleegden de militairen een (mislukte) staatsgreep en vormde zich een eerste oppositiebeweging (het SSDF) tegen het regime. Barre reageerde met zeer harde maatregelen en het verzet nam toe. In 1992 werd de dictator uiteindelijk door gewapend verzet vanuit het noorden verdreven. Na het vertrek van Barre bleven de tegenstellingen van belangen tussen verschillende bevolkingsgroepen onopgelost wat uiteindelijke leidde tot een burgeroorlog. Een militaire interventie van de VN, geleid door Amerikanen, mislukte. Na het falen van deze missie trok een groot deel van de internationale gemeenschap zich uit Somalië terug en werd het land aan zijn lot overgelaten: tussen 1992 en 2002 nam het aantal buitenlandse hulporganisaties dat werkzaam was in Somalië af van 200 tot 61.